


Dagelijks vinden er incidenten plaats: aanrijdingen, inbraken en branden. Meestal kan één eenheid van politie, ambulance of brandweer deze incidenten afhandelen. Soms is er sprake van een groter incident, waarvoor meerdere eenheden gealarmeerd worden. Hierbij komen ook vaak verschillende hulpdiensten ter plaatse. Samen vormen zij de hulpverleningsorganisatie.
Opschaling
Brandweer, politie en de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), in nauwe samenwerking met de gemeenten, vormen de kern van de hulpverleningsorganisatie.
De hulpverleningsorganisatie moet hulp verlenen, van kleine incidenten (vernieling) tot zeer grote calamiteiten (vliegtuigramp). De soort en omvang van een incident zijn maatgevend voor de in te zetten capaciteit. Bij een grootschalig incident hebben de diensten behoefte aan onderlinge coördinatie en leiding. Om daar op in te kunnen spelen, kent de organisatie een opschaling. Opschaling gebeurt middels een eenduidige opschalingsprocedure. Binnen deze procedure zijn duidelijke afspraken gemaakt over de bestuurlijke en operationele coördinatie en leiding. Opschaling is dus meer dan alleen het vergroten van het aantal ambulances, politiewagens en tankautospuiten.
GRIP 2
Doordat het ongeval een effect heeft op het gebied om het incident heen is verdere opschaling nodig. Er wordt een Commando Plaats Incident (CoPI) ingesteld waarbij de leidinggevende (Officier van Dienst) van één van de aanwezige hulpdiensten de leiding neemt over alle aanwezige disciplines; vaak is dat de bevelvoerder van de brandweer, anders meestal de politie. De kernstaf van het Regionaal Operationeel Team (ROT) komt bijeen (dit team bestaat uit functionarissen van de verschillende hulpdiensten) die de inzet van hun diensten op afstand leiden. Als dit nog niet gebeurd was wordt de burgemeester van de getroffen gemeente gealarmeerd; deze zal de kernstaf het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) laten alarmeren om hem bij te staan.
GRIP 3
Niet alleen de directe omgeving wordt beïnvloed door de ramp (men spreekt nu formeel van een ramp, niet langer van een incident), maar een groter gebied ondervindt de gevolgen, bijvoorbeeld een (deel van een) gemeente. Het CoPI wordt ter plaatse ingesteld als dat nog niet het geval was, het wordt soms ook wel CoRT (Commando Rampterrein) genoemd. Het Regionaal Operationeel Team komt in volle bezetting bij elkaar om op afstand de bestrijding te coördineren in overleg met het Commando Plaats Incident. De burgemeester van de getroffen gemeente komt bijeen met het volledige Gemeentelijk Beleidsteam om op bestuurlijk niveau sturing te geven aan de bestrijding van de gevolgen van de ramp. De binnen de Veiligheidsregio aangewezen burgemeester wordt gealarmeerd en wordt Coördinerend Bestuurder. Deze laat zich ondersteunen door een Regionaal Beleids Team (RBT) met daarin functionarissen van de verschillende hulpdiensten. De Commissaris van de Koningin (CdK) van de betreffende provincie wordt geïnformeerd. Hij informeert de Minister van Binnenlandse Zaken. Als er zaken door de gemeente geregeld moeten worden, zoals opvang of registratie dan wordt het Gemeentelijk Rampenmanagementteam of GRMT bijeen geroepen.
GRIP 3
betekent niet bij voorbaat dat er sprake is van een ramp. Bij een dreiging van een ramp kan GRIP 3 uit voorzorg afgekondigd worden om de comandostructuur in te richten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de brand in de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit Delft op 13 mei 2008. Omdat het pand op instorten stond ontstond het gevaar van een grote stofwolk met asbestdeeltjes.
GRIP 4
Het effectgebied van de ramp overstijgt de grenzen van de gemeente of zelfs de veiligheidsregio of provincie. Het CoPI/CoRT wordt ingericht en Regionaal Operationeel Team komt samen als dat nog niet het geval was. Een Regionaal Beleids Team (RBT) met daarin functionarissen van de verschillende hulpdiensten ondersteunt de Coördinerend Bestuurder. Als dit nog niet gebeurd was wordt de Commissaris van de Koningin gealarmeerd die een Proviciaal Coördinatie Centrum (PCC) zal inrichten. Een Provinciaal Coördinatie Centrum bestaat uit ambtenaren betrokken bij rampenbestrijding en adviseert de Commissaris. Als een GRIP-4 situatie de provinciegrenzen niet overschrijdt dan heeft de CdK de coördinerende rol. De Minister van Binnenlandse Zaken wordt ook geïnformeerd over de ramp als dat nog niet gebeurd was, hij krijgt de coördinatie als de ramp provinciegrenzen overschrijdt. Het Nationaal CrisisCentrum (NCC) komt bij elkaar; dit bestaat uit ambtenaren belast met rampenbestrijding en regelt de coördinatie van de bestrijding tussen verschillende ministeries. Betrokken ministeries kunnen Departementale Coördinatie Centra (DCC) opzetten.
Hoofdgroepen
De scenario's zijn ingedeeld in 5 groepen:
Elke hoofdgroep is onderverdeeld in 4 subgroepen, oplopend van de kleinste omvang (1) naar de meest complexe situatie (4).
TIS 1
TIS 1 betreft vrijwel altijd een bedrijfsmatige onderbreking voor de spoorwegen. In veruit de meeste gevallen is de inzet van hulpdiensten niet noodzakelijk.
TIS 2
Bij TIS 2 gaat het om scenario's waarbij sprake is van brand.
TIS 3
TIS 3 beschrijft scenario's voor aanrijdingen en botsingen waarbij slachtoffers betrokken zijn, variërend van een aanrijding met één klein voertuig tot een zeer ernstige aanrijding waarbij meerdere slachtoffers betrokken zijn en de trein of delen daarvan ernstig beschadigd zijn.
TIS 4
TIS 4 is gereserveerd voor de gevaarlijke stoffen.
TIS 5
Met TIS 5 worden de scenario's beschreven waarin sprake is van bommelding, bomvinding of bomexplosie.
Vliegtuigalarmeringen kunnen volgens de alarmregeling van Amsterdam Airport Schiphol in verschillende vormen voorkomen: oplopend van VOS 1 tot VOS 7. 'VOS' staat hierbij voor Vliegtuig Ongeval Schiphol, het cijfer geeft de zwaarte van het alarm aan (de GRIP-situatie geeft de minimum opschaling van de hulpdiensten aan):
Rotterdam
Vliegtuigalarmeringen kunnen volgens de alarmregeling van Rotterdam Airport in verschillende vormen voorkomen: oplopend van VOR 1 tot VOR 7. 'VOR' staat hierbij voor Vliegtuig Ongeval Rotterdam, het cijfer geeft de zwaarte van het alarm aan:
Eelde
Op Groningen Airport Eelde gelden de volgende scenarios: